TIG = Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde

BESTEL TIG

T: 035 - 698 2250
BoekenService

TIG20(3) Ten Geleide

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

TIIG 20-3 TEN GELEIDE

Het is interessant om te zien hoe verschillende aspecten van de alternatieve geneeskunde een steeds bredere wetenschappelijke belangstelling ondervinden.
Meer en meer wordt het mogelijk de betekenis van universitair wetenschappelijk onderzoek zo zichtbaar te maken, dat alternatieve geneeskunde niet een wetenschappelijk gezien afgezonderd gebied is maar juist informatie aandraagt voor uiterst boeiend en creatief wetenschappelijk onderzoek.
Een voorbeeld hiervan is de toenemende internationale erkenning van de waarde van het complexe karakter van plantenextracten. Fytotherapie is een gedifferentieerd deel van de moderne geneeskunde geworden. Wil men in de vruchtbare tuin van gegevens en zienswijzen een overzicht krijgen en proberen oordelen te vellen en vooroordelen te herkennen, dan biedt het wetenschappelijk onderzoek hiervoor uitgebreide mogelijkheden. En fraai genoeg ontstaan uit dit complexe wetenschappelijke onderzoek van planten weer nieuwe wetenschappelijke inzichten. Dat geldt ook voor het gebied van onderzoeksmethodologie. Methodologische problemen op het terrein van alternatieve geneeskunde hebben zeer zeker een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van onderzoek op het gebied van de methodologie. Zo zijn er uiteraard meer voorbeelden en in dit derde nummer van het TIG-lustrumjaar krijgen zo drie aspecten van de integrale geneeskunde aandacht. Ze worden belicht vanuit verschillende invalshoeken.

R. Reis begint het nummer met een verkenning van de relatie tussen de persoon en de betekenis die een omgeving heeft voor die persoon. Zij is antropologe met ervaring in onderzoek naar epilepsie in Afrika. Aan de hand van een casus laat zij zien hoe verschillende geneeswijzen een diagnose bieden voor een beleefde klacht. Daarin zijn  vanuit een antropologisch perspectief  verschillen te zien in de manier waarop zij betekenis geven aan de relatie tussen de persoon en zijn of haar betekenisvolle omgeving. Soms biedt een geneeswijze een betekenis die door de patint zelf niet als zodanig wordt beleefd. Daardoor wordt het hulpaanbod als betekenisloos ervaren. De antropologische visie laat niet alleen de rol van de diagnose, maar ook die van de arts en geneeswijze zelf zien in het licht van haar betekenis in de cultuur waarin ze wordt gebruikt. Dit biedt de mogelijkheid voor een meer integraal perspectief voor de geneeswijzen, in relatie tot de gebruikers en tot elkaar.

J.H. van Meer en S.B.A. Halkes gaan als farmaceuten in op de sterke samenhang in de natuur, zoals die ook is te zien in de plant die in de kruidengeneeskunde wordt gebruikt. Alle werkzame stoffen zijn onderdeel van het groei- en ontwikkelingsproces dat een plant doorloopt. Alle stoffen zijn daarbij via hun metabolieten ook met de andere fysiologische processen in de plant verbonden. De therapeutische toepassing van de plant blijkt in de praktijk, juist door deze complexe samenhang, effectiever te zijn. Een beter resultaat wordt bereikt dan wanneer van gextraheerde en gesoleerde werkzame stoffen gebruik wordt gemaakt. Ervaring is momenteel de belangrijkste bepalende factor voor het advies in gebruik. De Commissie Toetsing Fytotherapeutica geeft daarvoor in Nederland adviezen.

C.W. Kramers geleidt de lezer stap voor stap door Clinical Outcome Studies (COS). Dit is een methode van onderzoek die voor CAM (Complementary and Alternative Medicine) meer geigend lijkt dan de vaak geziene dubbelblind RCT (Randomized Controlled Trial). In dit artikel wordt aan de hand van voorbeelden beschreven welke vragen een rol spelen en waar de onderzoeker tijdens zijn werk op kan letten. Daarna volgt een zeer praktische beschrijving van het gebruik van procane in de neuraaltherapie, zoals die door Huneke en anderen werd ontwikkeld.

J.E. van der Bij vertaalde een artikel van Hahn-Godefroy, dat, compleet met een uitgebreide literatuurlijst, laat lezen hoe proca´ne kan worden gebruikt om de informatiesamenhang van het lichaam te herstellen door de behandeling van ontstoren.

Naar aanleiding van onder andere discussies in het Duitse tijdschrift CoMed, bespreekt F. Neelissen in een kort artikel mogelijke nieuwe vormen van de radionica, het omstreden diagnostisch apparaat uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Hij vindt daarbij inspiratie in de ideen van Rupert Sheldrake en in bevindingen die wijzen op het bestaan van anomale effecten in gecomputeriseerde noisesystemen.

En tot slot kunnen weer vele wetenswaardigheden en inzichten worden gevonden in de rubrieken.

O. van Nieuwenhuijze
eindredacteur

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

[Welkom] [Stichting TIG] [Bestel] [Archief] [Jaargangen 1 - 5] [Jaargangen 6 - 10] [Jaargangen 11- 15] [Jaargangen 16 - 20] [Jaarboeken 21 - 25] [Jaarboeken 26 -]