TIG = Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde

BESTEL TIG

T: 035 - 698 2250
BoekenService

TIG18(6) Ten Geleide

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

TIG 18-6 TEN GELEIDE

Alternatieve therapieŽn worden bij uitstek in verband gebracht met het vermogen tot zelfheling. De geringe kennis over de werking van de meeste alternatieve therapieŽn zou dan ook heel wel samen kunnen hangen met de geringe kennis die we hebben van het zelfhelend vermogen. Gelukkig herstellen in het dagelijks leven het overgrote deel van de beschadigingen en verstoringen van het lichamelijk functioneren op spontane wijze. We vergeten vaak heel gemakkelijk dat slechts een gering deel van de bevolking naar een arts of therapeut behoeft te gaan, al kan theoretisch met zo'n bezoek soms een verkorting van de hersteltijd worden bereikt. Of dit echt het geval is hangt uiteraard van de aandoening en de kwaliteit van het bestaande zelfhelende vermogen van de patiŽnt af. Hoe de regels van dit spontane geneesproces precies zijn, is verre van algemeen bekend, maar deze regels houden zeker verband met de regels die gelden om binnen heel nauwkeurige grenzen intactheid en gezondheid te bewaren. Hoewel we dus in het algemeen moeilijk kunnen inschatten hoe goed een therapie zal aanslaan is het wel van belang op een tweede bekend verschijnsel in de alternatieve therapieŽn te letten. Dit geldt de waarneming dat uiterst geringe stimuli vaak genoeg zijn om, indien op de juiste wijze ingezet, het systeem weer een nieuw zetje op zijn vastgelopen weg naar zelfherstel kunnen geven. Dat maakt ook dat we juist op een subtiel niveau het bestaande evenwicht moeten trachten te detecteren en de toestand te diagnosticeren. Dit subtiele niveau zal in het onderliggende nummer herhaaldelijk aan de orde komen. Op verschillende wijzen, zowel wat betreft de interactie die tussen behandelaar en patiŽnt kan optreden, als in verschillende vormen van diagnostiek en therapie.

E.P.A. van Wijk neemt de lezer mee in een nieuw gebied van onderzoek waarin naar het genezingsritueel wordt gekeken, aan de hand van onderzoek in een praktijk van paranormale therapie. In zo'n praktijk wordt bij uitstek intentie ingezet om te genezen. Door velen wordt dit in verband gebracht met de bijzondere interactie die optreedt tussen patiŽnt en behandelaar en die, hoe subtiel de interactie ook is, tot een verbetering kan leiden; een effect dat ook wel eens wordt gerelateerd aan de welbekende placebo respons. In dit onderzoek wordt het gebruik van een bio-sensor geÔntroduceerd. De bio-sensor wordt gebruikt als een getuige van het intentionele genezingsritueel zonder zelf het object van intentionele beÔnvloeding te zijn. Daarmee wordt onderzocht welke subtiele veranderingen een genzingsritueel teweeg kan brengen.

N. Westerman vervolgt zijn uiteenzetting van het Rathega-systeem. In dit tweede artikel uit zijn serie worden de biofysische principes besproken waarop de radiŽsthetische methode berust. Hij licht toe dat het bij bio-energie om onvoorstelbaar geringe signaal intensiteit gaat, zo gering dat het alleen met heel geavanceerde technologie mogelijk is om bio-energie aan te tonen. En ook dat biologische systemen een vele malen hogere gevoeligheid bezitten voor elektromagnetische trillingen dan de meest geavanceerde technische systemen. Biologische systemen beschikken daarmee, in tegenstelling tot technische systemen, over de gevoeligheid om bio-energie te detecteren. Radiesthesie is op dit vermogen gebaseerd.

M. Agnes beschrijft VAS, het Vassculaire Autonome Signaal; een vorm van polsdiagnostiek. Het artikel legt uit hoe de VAS werd ontwikkeld door Nogier, de ontwikkelaar van de Auriculotherapie. Voor de Westerse artsen is de Pols een kwantitatief gegeven: een aantal slagen per minuut. Voor de Oosterse genezers is de Pols een kwalitatief gebeuren, waarin het gevoel van de pols wordt vertaald in een begrip van de interne organen en hun onderlinge relaties. In VAS blijkt het mogelijk om deze twee te combineren, en te komen tot een ontwikkeld subjectief gevoel waardoor de therapeut ziekte heelt door eerdere situaties van homeostase te herstellen. Hoe VAS precies werkt is nog niet goed bekend; maar de auteur haalt veel interessante studies aan en presentaties bij conferenties waarin deze directe lichaamsrespons zelfs zou kunnen worden herleid tot het functioneren van het limbisch systeem; met een uitleg waarom die functies buiten ons bewustzijn gebeuren.

C. Monsanto biedt een verder inzicht in de Ayurveda. In de vorige twee delen was al een beschrijving gegeven van een aantal belangrijke grondgedachten. Hier wordt de Ayurveda beschouwd in relatie gezien met systeem theorie: het systeem van de eenheid of balans (Dhatu) en correcties of verstoring (Dosha), Vanuit de visie van regelsystemen kan de traditionele Ayurveda nieuwe betekenis krijgen, en zijn sociaal-psychologische problemen op dezelfde manier te begrijpen en behandelen als dat in de Ayurveda voor het lichaam wordt gedaan. De al eerder beschreven ontstaanswijze van ziekte wordt hier gekoppeld aan een systeem georiŽnteerde behandelwijze, gebaseerd op zelfinzicht en eigen levenskeuzen. Dit koppelt objectieve observeerbaarheden van de persoon aan subjectieve beleefbaarheden; dit kan in de Ayurveda via de polsdiagnose worden gedetecteerd.

De zoektocht van M.Dicke gaat in dit nummer verder. Het is nu de derde etappe in de ontdekkingstocht met hindernissen. Nog steeds op zoek naar het werkingsmechanisme van de homeopathie. Na het onderzoek dat werd uitgevoerd in samenwerking met Benveniste naar de aard van de hoge potenties, wordt nu beschreven hoe frustrerend de ervaring is wanneer je vermoedt dat je iets heel belangrijks in handen hebt, maar dat bijna niemand gewillig is om over de subtiele kanten van deze hoge potenties mee te denken.

Het principe van integratie is in deze aflevering van TIG goed te zien; de lezer zal ontdekken hoe elk van deze artikelen de andere onderbouwt.
Zoals van ouds sluiten de vaste rubrieken Aandachtig, Internet, en Summaries het nummer af. Bij lezing zal weer duidelijk worden hoeveel nieuwe activiteiten op het gebied van de integrale gezondheidszorg plaats hebben gevonden of binnenkort gaan plaats vinden.
Last but not least kunt u in de jaaropgave zien welke bijdragen in het jaar 2002 zijn verschenen. Namens de redactie wil ik al de auteurs voor hun bijdrage hartelijk bedanken.

R. van Wijk, hoofdredacteur
 

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

[Welkom] [Stichting TIG] [Bestel] [Archief] [Jaargangen 1 - 5] [Jaargangen 6 - 10] [Jaargangen 11- 15] [Jaargangen 16 - 20] [Jaarboeken 21 - 25] [Jaarboeken 26 -]