TIG = Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde

BESTEL TIG

T: 035 - 698 2250
BoekenService

TIG14(4) Ten Geleide

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

Neuraaltherapie veel te weinig toegepast, schrijft mevrouw Thonon, arts voor natuurgeneeswijze, boven de klinische les, waarmee we het vierde nummer van deze jaargang openen. Wie dan nader kennis neemt van de patiŽnten die dokter Thonon bespreekt, kan niet anders dan toegeven dat het wonderbaarlijk is wat in deze gevallen vooral dankzij de neuraaltherapie mogelijk bleek. Bij alle zes van de besproken patiŽnten was sprake van “jarenlang tobben”, dus typische MLL (Mee Leren Leven) volgens de reguliere geneeskunde. Wij zien nu met belangstelling uit naar een volgend artikel over neuraaltherapie, dat dokter Thonon aan het einde van haar klische les aan ons toezegt. Men lette op de eerstvolgende nummers van dit tijdschrift!

Een tweede bijdrage in dit tijdschrift is van de hand van uw Redactievoorzitter, die heeft gemeend dat het tijd werd dat wij vanuit de redactie eens zouden toelichten wat de term _ntegrale geneeskunde”nu eigenlijk inhoudt, want na veertien jaar moeten wij dat toch zelf kunnen formuleren. Inhet korte stuk worden vijf dimensies onderscheiden waarlangs je het begrip “integraal” kunt benaderen: de visie op de mens, de visie op ziekte, de niveaus van interventie, de fasen van interventie en het bereik van de interventie. Gemakkelijk te onthouden: mens, ziekte, niveaus, fasen en bereik. Belangrijk is daarbij de stelling dat de integraal geneekundige benadering niet in alle gevallen bruikbaar is. Daarom bestaat de integrale geneeskunde naast of beter nog als een soort paraplu “over” de regulier medische benadering. Volgens Kienle: de integrale of complementaire geneeskunde vult de reguliere geneeskunde aan, vervolledigt deze.

Een heel ander verhaal is dat van Monique de Nijs dat als derde bijdrage aan dit nummer verschijnt. Mevrouw de Nijs is dierenarts, maar met een diepgaande interesse voor basismechanismen en de relatie daarvan naar het complementaire genezen. Sommigen die het tijdschrift doorbladeren en de chemische formules tegenkomen in het verhaal, die zullen zich misschien afvragen of dit artikel wel in ons tijdschrift thuishoort. Ja, hebben we daarop gezegd (toch wel een beetje aarzelend) in de redactie, want wij juichen het toe indien vanuit de basiswetenschappen feiten en inzichten worden aangedragen die de soms nog wat intuÔtieve noties vanuit de integrale geneeskunde, in wetenschappelijke zin kunnen onderbouwen. En ook omdat dit een weenschappelijk professioneel tijdschrift wilzijn waar de lezer af en toe eens even de tanden aan/kan moet scherpen. Dit is “radicaal integreren” in de praktijk. Dat mevrouw de Nijs het iets anders bedoelt, leest u in haar artikel.

Gelukkig vonden wij mevrouw Ingrid Koolsbergen, als arts verbonden aan de St. Janskliniek te `s-Hertogenbosch, bereid in de vierde bijdrage, over de rol van vrije radicale vanuit haar eigen praktische ervaring een aanvulling te geven, om zo de theorie nog wat meer naar de praktijk toe te halen. In haar bijdrage wordt na een korte historische inleiding de paradoxale situatie vermeld, nl. dat de mens zowel voortdurend zijn levensenergie put uit oxidatieve processen als ook er langzaam aan zal opbranden. De snelheid waarmee dit, tot nu toe onontkoombare, verbrandingsproces zal verlopen is in hoge mate afhankelijk van de kwaliteit en effectiviteit van de beschikbare anti-oxidanten. Duidelijk is dat een adequate voeding aangevuld met anti-oxidanten de mens in staat stelt zich te weer te stellen tegen vrije radicalen. Zowel de natuurgeneeskunde, waar van ouds her altijd de invloed van de voeding op de mens en zijn ziekten werd onderkend, als de orthomoleculaire geneekunde kunnen goede resultaten bereiken bij radicaal gerelateerde aandoeningen.

De vijfde bijdrage gaat over de relatie tussen biologisch bouwen en wonen, en de menselijke gezondheid. Wij stellen het zeer op prijs dat de heer Michiel Haas, architect, over dit onderwerp voor ons een eerste artikel heeft willen schrijven. Hij is representant van een groeiende groep architecten die wel in de gaten hebben dat we met ons bouwen en wonen een andere -preventieve- kant op moeten, omdat anders de gezondheidszorg helemaal onbetaalbaar wordt. In zijn bijdrage gaat ir Haas in op de keuze van materialen in de woningbouw. Hij beschrijft hoe door de toenemende woningnood in de jaren vijftig de noodzaak van sneller bouwen steeds duidelijkere werd. De vooruitgang in de bouwchemie maakte het mogelijk dat door allerlei toeslagstoffen de bouwsnelheid werd verhoogd. Op velerlei gebied werden de resultaten van de chemische ontwikkelingen toegepast. De schaduwzijde hiervan wordt nu pas duidelijk. In het binnenmilieu worden al honderden verschillende schadelijke stoffen waargenomen. In dit artikel wordt een uitgebreid overzicht gegeven van deze stoffen, hun toepassingsgebied en hun bijwerkingen.

De zesde bijdrage is van de hand van dr Fokje Russchen, eertijds gewaardeerd redactielid van dit tijdschrift,die in overleg met ons het 53e congres van de internationale organisatie van homeopathische artsen te Amsterdam bezocht, en voor het tijdschrift daarvan een verslag opstelde. Haar benadering van de homeopathie is in principe open en positief, maar nergens verloochent zij daarbij haar wetenschappelijke achtergrond; zij stelt kritische vragen waar de incrowd juicht en geeft zwakke punten aan die in de tokomst nog om aandacht vragen. Al met al lijkt ons dit een interessante weergave van belangrijke congresthema`s, hoewel we er de volgende keer natuurlijk zelf bij zouden willen zijn.

Tot slot de zevende bijdrage van de hand van redactielid Fred Neelissen die niet nalaat nieuwe, maar ook reeds lang bekende doch weggedrukte gegevens over fluoride onder de aandacht te brengen van vakgenoten, autoriteiten en patiŽnten, opdat dezen worden behoed voor toekomstige schade aan de gezondheid en enorme lastenverhogingen voor de schatkist. Belangrijk in zijn bijdrage is met name dat er nog eens duidelijk wordt gesteld dat cariŽs niet ontstaat door een gebrek aan fluoride, maar wordt veroorzaakt door constitutionele factoren in combinatie met onvolwaardige voeding. Verder komen aan de orde de giftigheidvan fluoride, het werkingsgebied en de symptomen. Volgens de auteur weegt de negatieve invloed, die fluoride heeft op enzymwerking, genetische processen, immuunsysteem en collageen niet op tegen het twijfelachtige voordeel, nl. de beperkte mate van glazuurverharding.

Cor W. Aakster, redactievoorzitter

 

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

[Welkom] [Stichting TIG] [Bestel] [Archief] [Jaargangen 1 - 5] [Jaargangen 6 - 10] [Jaargangen 11- 15] [Jaargangen 16 - 20] [Jaarboeken 21 - 25] [Jaarboeken 26 -]