TIG = Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde

BESTEL TIG

T: 035 - 698 2250
BoekenService

TIG13(1) Ten Geleide

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

TIG-13-1 TEN GELEIDE

In het eerste nummer van deze dertiende jaargang van het Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde hebben wij een aantal artikelen bijeen gezet die ingaan op mogelijkheden van de complementaire geneeswijzen bij enkele regulier geneeskundig moeilijk te behandelen aandoeningen: Whiplash, Acne en Trigeminus neuralgie. We openen met een tweetal artikelen over Whiplash. Dit is een moeilijk te behandelen aandoening die jaarlijks verantwoordelijk is voor een aanzienlijk aantal improduktieve dagen en ernstige verstoringen van het welbevin≠den. Het is echter een tot tevredenheid stemmende gedachte dat vanuit de complementaire geneeswijzen zowel in diagnostische als in therapeutische zin constructieve bijdragen worden geleverd aan de oplossing van deze problematiek.

Het eerste artikel is van de hand van mevrouw dokter L.J.T. van der Smissen-Gielink. Zij begint met de beschrijving van een viertal patiŽnten die langdurig leden aan Whiplash c.q. daarmee verband houdende verschijnselen en die allen goed reageerden op de “alternatieve” behandeling. Zij zet vervolgens uiteen hoe haar standaard-benadering is in dit soort situaties. Ook wordt door haar het Whiplashletsel als zodanig nader toegelicht. Hetzelfde geldt voor de belangrijkste klachten. Veel steun ondervindt zij in haar benadering van het langs de weg van de electro-acupunctuur uittesten van het correcte homeopatische preparaat. Daarnaast werd zij in toenemende mate enthousiast voor de pulserende magneetveld-therapie. Tot slot pleit Van der Smissen voor nader onderzoek naar de gecombineerde toepassing van genoemde behandelingswijzen.

Het tweede artikel sluit hierop goed aan. Het is van de hand van Patijn c.s. uit het Eindhovense centrum voor manuele geneeskunde. Het accent ligt hier overigens op de diagnostiek, maar het is interessant om te zien hoe een aandoening als Whiplash enerzijds vanuit de electroacupunctuur/homeopathie en anderzijds vanuit de manuele geneeskunde wordt benaderd. Om te beginnen plaatsen de auteurs de Whiplash in een maatschappelij≠ke context: prevalentie van het verschijnsel, risico van deelname aan moderne vervoerssystemen etc. Ook de aard van de post-traumatische klachten zoals deze regulier reeds werden geÔdentificeerd, worden door hen goed beschreven. Wat kan de manueel geneeskundige diagnostiek daaraan nu toevoegen? Men onderscheidt om te beginnen een manueel-geneeskundige, een neuropsychologische, een radiologische/MRI- en een oto-neurologi≠sche diagnostiek. Opvallende bevinding uit het manueel geneeskundige onderzoek was een selectieve retrof≠lexie beperking van de CWK. Ook vielen enkele nadelige gevolgen op van het gebruik van veiligheidsgordels in de auto. Wat de therapeutische kant betreft, spreken de auteurs als hun mening uit dat veel therapieŽn worden toegepast die ofwel onwerkzaam zijn, ofwel nog onbewezen ofwel (mogelijk) schadelijk. Tot de laatste categorie rekenen zij bijv. het langdurig dragen van een halskraag. Men bepleit dan ook een multidisciplinair behandelingsbeleid. “Mono-therapie in welke vorm dan ook”, zo schrijven zij, “is bij Whiplash patiŽnten gedoemd te mislukken”. Zij komen daarmee in feite tot dezelfde slotsom als Van der Smissen.

Ons derde artikel behandelt Acne, en wel naar aanleiding van een wat ontmoedigend verhaal in de Consumen≠tengids. Daarin wordt gesteld dat er niets kan worden gedaan aan de preventie van Acne, en voorts wordt geÔllustreerd dat met een skala van reguliere middelen doorgaans slechts het ene kwaad door het volgende wordt vervangen. Hierop leveren een aantal redactieleden commentaar. Evenals ten aanzien van Whiplash blijken de complementaire geneeswijzen ook hier een waarlijk complement te kunnen zijn ten aanzien van een (tamelijk machteloze) reguliere therapie. Van harte ter lezing aanbevolen dus.

Het vierde artikel in dit nummer is van de hand van tandarts Willemsen die het probleem van de Trigeminus neuralgie bij de kop neemt. Hij was niet tevreden met de (on)mogelijkheden van de reguliere geneeskunde en ging actief op zoek naar homeopatische alternatieven. Willemsen verrichtte zijn verkenning door ongeveer 50 relevant te achten homeopatische middelen die in de literatuur worden beschreven, via electro-acupunctuur uit te testen. Ieder middel heeft uiteraard zijn eigen indicatiegebied. Bij toepassing van het geÔdentificeerde homeopatische middel treedt doorgaans binnen een half uur pijnstilling op. Bovendien worden geen of nauwe≠lijks bijwerkingen gezien. Schrijver beklaagt zich erover dat veel van deze middelen niet in de gangbare testdozen voorkomen, of slechts in een gering aantal potenties.

Bezien we de vier artikelen tesamen dan hebben we te maken met aandoeningen waarvoor de reguliere genees≠kunde in feite “neen” moet verkopen (Whiplash, Acne, Trigeminus neuralgie) en waarvoor de complementaire geneeswijzen methoden aanreiken die toch aan de oplossing kunnen bijdragen. Weliswaar hebben we het dan niet over een dubbel blind aangetoonde effectiviteit, en alleen over op basis van literatuur en/of eigen ervaring≠en verkregen inzichten, maar een en ander is voldoende om in de praktijk de zoektocht voort te zetten voor vaak wanhopige patiŽnten. Aldus wordt geÔllustreerd dat voor moeilijke problemen soms een oplossing kan worden gevonden als men buiten het gangbare kader treedt (en men daartoe dan ook bereid is). Bijv. door uiteenlopen≠de ziekteverschijnselen van de patiŽnt met elkaar in verband te brengen, door onconventionele methoden toe te passen, door behandelingswijzen te combineren etc.

De vijfde en laatste bijdrage is van de hand van Hans Attevelt, sociaal-wetenschappelijk onderzoeker met name op het gebied van de paranormale geneesmethoden, die nu het tweede deel aflevert van zijn onderzoek naar het beroepsprofiel van de paranormale genezer. Overigens willen wij zowel aan de auteur als aan de lezers onze excuses aanbieden voor het feit dat deel II pas nu volgt op de publikatie van deel I (zie TIG 12.4). Deze vertraging is uitsluitend het gevolg van een luxe-probleem voor een redactie: te veel aanbod van kopij.

Inhoudelijk kan het volgende worden gezegd over het artikel: Op grond van een uitgebreide enquÍte onder beroepsbeoefenaren, wist Attevelt de hand te leggen op interessante gegevens en uitspraken. Daardoor kon hij duidelijke aanbevelingen opstellen inzake het beroepsprofiel van de paranormaal genezer. Wij zijn blij met deze bijdrage van Attevelt omdat deze duidelijk maakt dat enerzijds sprake is van een vrij grote diversiteit binnen dit beroepsveld, maar dat het anderzijds mogelijk is daarin een gemeenschappelijk kader aan te brengen. Dit gemeenschappelijke kader zal verder vertaald (dienen te) worden naar de opleidingen en toelatingsvoorwaarden van de (representatieve) beroepsorganisatie. Dit heeft te maken met kwaliteitseisen die men aan een beroepsbe≠oefenaar in het veld voor de integraal geneeskundige zorg dient te stellen en aan een verantwoorde voorlichting aan het publiek over dit beroep en zijn therapeutische mogelijkheden.

Ik wens u zoals gebruikelijk weer veel leesgenoegen.

Cor W. Aakster, redactievoorzitter

 

NavLeft

Abonneer

NavUp

Reageer

NavRight

[Welkom] [Stichting TIG] [Bestel] [Archief] [Jaargangen 1 - 5] [Jaargangen 6 - 10] [Jaargangen 11- 15] [Jaargangen 16 - 20] [Jaarboeken 21 - 25] [Jaarboeken 26 -]